Home » Vitamine D en Diabetes

Een opzienbarend nieuw onderzoek heeft uitgewezen dat vitamine D kan helpen tegen diabetes, een ziekte waaraan momenteel wereldwijd zo’n 415 miljoen mensen lijden (1 op 11 volwassenen). Diabetes gerelateerde medicijnen veroorzaken een chronisch vitamine D en B12 tekort!

 

PREVENTIEF
Een Australisch onderzoeksteam onder leiding van dr. Claudia Gagnon volgde vijf jaar lang meer dan vijfduizend mensen om te zien of het gehalte vitamine D in hun bloed van invloed was op het risico op type-2-diabetes. Dit is de meest voorkomende vorm van de ziekte. Bij aanvang leed geen van de 5200 deelnemers aan diabetes. Op dat moment werd hun bloedsuiker gemeten. Vijf jaar later hadden 200 personen de ziekte ontwikkeld. De onderzoekers kwamen tot de ontdekking dat onder hen die bij aanvang een heel laag vitamine-D-gehalte hadden, twee maal zo velen diabetes kregen (zes van de honderd) als bij wie dat gehalte normaal was. Bij die laatste groep kregen slechts drie van de honderd diabetes. Wanneer het team de gewone risicofactoren voor diabetes incalculeerde – leeftijd, tailleomtrek en diabetes in de familie – steeg het risicocijfer bij een laag vitamine-D-gehalte zelfs tot 57 procent, ten opzichte van de groep bij wie dat hoger was.
‘Een hogere 25(OH)D serumconcentratie (bloedgehalte vitamine D) ... ging samen met een significant lager risico op diabetes bij Australische volwassen mannen en vrouwen’, concludeerden de onderzoekers. ‘Elke toename van 25 nmol/l (nanomol per liter) ging gepaard met een risico-afname van 24 procent1’.

 

Dit interessante onderzoek is het laatste in een reeks onderzoeken naar de rol van de ‘zonlichtvitamine’ bij diabetes. De meesten van ons kennen vitamine D vanwege de rol bij de opbouw en instandhouding van gezonde botten. Tegenwoordig richt het onderzoek zich op andere gunstige eigenschappen, uiteenlopend van het voorkómen van kanker tot het tegengaan van hartziekte. Het lijkt erop dat aan dat lijstje nog een ziekte kan worden toegevoegd: diabetes.

 

Ook een Fins onderzoek vond een verband tussen een hoger gehalte vitamine D en een lager risico op type-2-diabetes. Hierbij waren meer dan vierduizend mannen en vrouwen zeventien jaar lang gevolgd. Er kwam uit naar voren dat wie het hoogste bloedgehalte vitamine D had minder kans had op diabetes, en omgekeerd. Na correctie voor leeftijd en geslacht en het seizoen waarin het bloed was afgenomen – bij zonlicht maakt het lichaam namelijk meer vitamine D aan – bleek dat een zeer hoog gehalte 40 procent minder risico met zich meebracht dan een zeer laag gehalte.
In een ander onderzoek – de US Nurses’ Health Study – werd ook gevonden dat het slikken van vitamine-D-supplementen kon helpen. Hierbij werden 84.000 vrouwen geobserveerd, die bij de start van het onderzoek geen diabetes hadden. Wie per dag een supplement met 10 mcg of meer kreeg, bleek 13 procent minder kans op diabetes type 2 te hebben dan wie minder dan 2,5 mcg per dag kreeg. De combinatie van 1200 mg calcium en 20 mcg vitamine D per dag – uit voeding of supplementen – ging gepaard met 33 procent minder risico ten opzichte van vrouwen die dagelijks de helft of minder gebruikten.
Een ander grootschalig langetermijnonderzoek – het Women’s Health Initiative – vond geen relatie tussen diabetesrisico en het slikken van supplementen.

 

 

CURATIEF
Uit meer onderzoek komt naar voren dat vitamine D helpt voor wie al diabetes heeft. Het nationaal onderzoeksinstituut voor voeding en voedseltechnologie in Teheran (Iran) ontdekte onlangs dat als mensen met diabetes type 2 enkele maanden extra vitamine D aan hun dagelijks voedingspatroon toevoegden, hun bloedsuikers omlaag gingen. In dit onderzoek werden negentig diabetici in drie groepen gesplitst. De eerste groep kreeg gewone yoghurt, de tweede yoghurt verrijkt met 12,5 mcg vitamine D, en bij de derde was daar ook nog calcium aan toegevoegd. Na drie maanden gaf de groep met de gewone yoghurt een bloedsuikerstijging van 9 procent te zien; de beide andere groepen een daling van 7 procent. De conclusie was ‘dat een dagelijkse consumptie van yoghurtdrank die vitamine D bevat – met of zonder toevoeging van calcium – de glycaemische toestand van type-2-diabetici verbeterde’.

 

 

MAAR HOE ZIT HET NU MET TYPE 1?
Onderzoek wijst erop dat vitamine D ook een rol speelt bij type 1, dat beschouwd wordt als een ernstiger vorm, die doorgaans kinderen of jonge volwassenen treft. Een te laag gehalte vitamine D blijkt samen te gaan met een groter risico op de ziekte en bovendien met een grotere kans op overlijden aan welke oorzaak dan ook voor wie de ziekte al heeft.
De invloed van vitamine-D-supplementen op het ontstaan van diabetes type 1 is onderwerp geweest van diverse studies. Bij een Fins onderzoek waarin ruim 12.000 baby’s meer dan dertig jaar werden gevolgd, bleek dat de kinderen die regelmatig vitamine D kregen minder vaak diabetes type 1 hadden dan degenen die dat niet kregen. Bij kinderen met tekenen van rachitis (Engelse ziekte) – een aandoening die veroorzaakt wordt door een tekort aan vitamine D – was de kans drie maal zo hoog. Uit de onderzoeksresultaten bleek ook dat wie de aanbevolen dosis kreeg (destijds was de norm 50 mcg per dag) 80 procent minder risico liep dan wie minder kreeg.

 

Meer recent bestudeerden onderzoekers van de Stockport NHS Foundation Trust in Groot-Brittannië de gecombineerde resultaten van vijf afzonderlijke studies naar het effect van vitamine-D-supplementen in de kindertijd op het risico van diabetes type 1. Zij ontdekten dat de kinderen die extra vitamine D kregen ruwweg 30 procent minder kans hadden op diabetes type 1 in hun latere leven dan wie dat niet kreeg. Hoewel het hier om observationele onderzoeken ging, waar geen oorzaak-gevolgrelatie uit geconcludeerd kan worden, stellen de onderzoekers toch vast dat ‘vitamine-D-suppletie in de vroege jeugd bescherming biedt tegen het ontstaan van diabetes type 1’. Wel tekenen ze aan dat gerandomiseerd, gecontroleerd onderzoek met een lange follow-upperiode nodig is om vast te stellen of er enig oorzakelijk verband bestaat, en wat de beste samenstelling, dosering en tijdsduur van de aanvulling met supplementen is.

 

 

Net als bij type 2 bleken supplementen te helpen bij patiënten die reeds diabetes type 1 hebben. Dat geldt in elk geval voor degenen met een vitaminetekort. In een onderzoek in Saoedi-Arabië kregen tachtig patiënten met diabetes type 1 en vitamine-D-gebrek (bloedgehalte lager dan 50 nmol/l) dagelijks 100 mcg. Aan het eind van het onderzoek bleek er ‘een effect waarneembaar op de bloedsuikerwaarden’. Ook het geglycosyleerde Hb (hemoglobine) was doorgaans lager (wat erop duidt dat het bloedsuikergehalte beter onder controle is), toen na een periode van twaalf weken hun vitamine-D-gehalte was gestegen.

 

 

NIET ALLEEN BELANGRIJK BIJ DIABETES
Het is duidelijk dat vitamine D veelbelovend is bij de preventie en behandeling van diabetes van beide typen. Hoewel meer onderzoek nodig – en al gaande – is, lijkt een gebrek hieraan een cruciale factor te zijn bij de beheersing van deze steeds vaker voorkomende ziekte.
Aangezien de vitamine ook invloed heeft op een groot aantal andere ziekten – van osteoporose en chronische pijn tot kanker en hartziekte – en vitamine-D-gebrek wereldwijd een groeiend probleem vormt, is er alle reden om te zorgen dat u uw dagelijkse dosis krijgt.

 

 

HET MECHANISME
Er zijn meerdere plausibele verklaringen voor de manier waarop vitamine D invloed heeft op diabetes.
Bij type 1 blijkt de vitamine het immuunsysteem te reguleren, dat bij deze vorm van diabetes verantwoordelijk is voor de vernietiging van de insulineproducerende bètacellen.
Bij type 2, echter, werkt de vitamine rechtstreeks in op de functie van de bètacellen en beïnvloedt zo de afgifte van insuline en de gevoeligheid daarvoor. Ook wordt gedacht dat hij effect heeft op ontstekingsprocessen en op het schildklierhormoon. Deze factoren zijn beide betrokken bij deze ziekte.

1 Diabetes Metab Res Rev, 2009; 25: 417-419

 

 

VITAMINE D-BRONNEN
Velen van ons – vooral kinderen – krijgen te weinig van deze belangrijke vitamine. Hoe kunnen we dat voorkomen?
• Zonlicht. Wanneer de huid aan zonlicht wordt blootgesteld, produceert het lichaam van nature vitamine D. In Nederland geldt dat echter enkel wanneer er geen ‘r in de maand’ is (dus mei, juni, juli en augustus). Slechts 10-15 minuten per dag in de zon zijn dan meestal voldoende, maar dan wel zonder zonnebrandmiddel. Wie verstandig zonnebaadt, en supplementen slikt met antioxidanten als selenium, lycopeen, bèta-caroteen en vitamine C en E, hoeft geen zonnebrandcrèmes te gebruiken, die immers mogelijk riskant zijn.
• Supplementen. Voor wie niet veel zon krijgt, is een supplement met 15-25 mcg vitamine D3 per dag (de natuurlijke vorm) een goed idee. Zelfs regelmatige doses van 250 mcg per dag geven bij volwassenen nog geen bijwerkingen. Adrian Gombart, een gerenommeerde Amerikaanse vitamine-D-expert, beveelt tegen ziekte voor kinderen 20-25 mcg per dag aan. Bij diabetici kunnen supplementen helpen als er een vitamine-D-tekort bestaat. Het loont dus de moeite om dit door een gekwalificeerde behandelaar te laten onderzoeken. Deze kan u ook adviseren over veilige doseringen als u de ziekte met vitamine D onder controle zou willen brengen. Maar tot dusver lijken maar weinig instanties standaard vitamine-D-supplementen te adviseren voor diabetici.
• Voeding. Vitamine D zit ook in een aantal voedingsmiddelen, zoals melk, yoghurt, eieren en vette vis.