Home » Babyvoeding

Hoeveel moeite hebben volwassenen tegenwoordig niet om af te kicken van die zoetbehoefte (suikers dus) wanneer men erachter komt dat het o.a. dikmakend is, je hersenen aantasten en op den duur kan leiden tot het ontwikkelen van diabetes.

 

Voor jonge en/of aanstaande ouders: Mag mijn peuter eten uit potjes?

Fabriekseten heeft een slechte reputatie. Kant-en-klaareten zit vaak vol toevoegingen om het lekker, makkelijk en houdbaar te maken, maar dat maakt het ook relatief ongezond.

 

Veel ouders hebben daardoor een schuldgevoel als ze hun jonge kinderen voeren uit een potje. Aan de andere kant hebben nogal wat jonge ­ouders nauwelijks de kennis, vaardigheden en tijd die nodig zijn om zelf dagelijks vers eten te bereiden voor hun kroost.

 

Onze verre voorouders hadden geen blenders of staafmixers maar kauwden het eten zelf voor en gaven het mond-op-mond aan hun kind.

Wetenschappelijke studies laten zien dat die praktijk allerlei voordelen had. Niet alleen maakte het voedingstofrijke voedingsmiddelen verteerbaar, maar via het speeksel kwamen ook allerlei stoffen mee die goed zijn voor het immuun­systeem.

Bovendien versterkt het de interactie tussen moeder en kind. Helaas kunnen zo ook ziekteverwekkende bacteriën en virussen worden overgebracht. In vrijwel alle tijden en culturen was dit dé manier om je baby te voeden na de periode van borstvoeding, maar het werd in onze post-industriële maatschappij als ­barbaars gezien en is nu vrijwel geheel afgeschaft.

 

Als je de tijd hebt, is zelf bereiden meestal beter voor de smaakontwikkeling.
Als je kind ongeveer acht maanden oud is, kan het leren vast voedsel te kauwen en door te slikken, ook al hebben ze nog geen tanden en kiezen. Een ingewikkeld proces, waarmee veel spieren en hersenactiviteit gemoeid is.

 

Leren kauwen is goed voor de ontwikkeling van het brein. Daarnaast is het gunstig als kinderen al vroeg allerlei smaken leren herkennen en waarderen.

Tussen één en drie jaar is het daarom aan te raden je kind zo veel mogelijk hapjes met afzonderlijke maaltijdcomponenten te geven zoals broccoli, aardappels en vlees. Met dat aanleren van smaken kun je al tussen de vier en zes maanden beginnen, met gepureerd voedsel (‘oefenhapjes’).

 

Onderzoek waarbij 278 potjes baby- en peutervoeding werden vergeleken met recepten liet zien dat de kwaliteit van de potjes gemiddeld niet overduidelijk inferieur was. De potjesvoeding bevatte gemiddeld iets meer groenten en minder calorieën, vet en eiwit dan de recepten. De potjesvoeding was daarnaast ruim twee keer zo duur als de zelfgemaakte.

 

Een probleem van veel kant-en-klaarproducten is dat het een mengsel bevat zonder uitgesproken smaak. Daarnaast is potjesvoeding vaak gezoet met vruchtensap. Je kind went daardoor aan zoet en dat is niet goed voor hun tanden, gewicht en het op latere leeftijd ontwikkelen van diabetes. Als je de tijd hebt, is zelf bereiden meestal beter voor de smaakontwikkeling.